De zonen: Dirk en Coen Stork
Anno 1893, het zilveren jubileum, was de grondlegger 71 jaar oud en trad de oudste zoon Dirk als nieuwe leider van de machinefabriek naar voren. In de Fabrieksbode van 4 september maakte Charles bekend: "Mijn zoons en ik hebben weer een ideaal, namelijk om onze fabriek niet een der grootste maar een der beste machinefabrieken te maken. Dit ideaal kan bereikt worden als allen die in de fabriek arbeiden, doordrongen zijn van hun plicht te doen en tot dit doel medewerken in hun eigen belang en welzijn".
C.T. Stork overleden
Na de machtsovername bleef 'grootvader', zoals het personeel hem noemde, dagelijks met de trein van Oldenzaal naar Hengelo reizen, al nam hij niet meer de eerste trein van zes uur. In het voorjaar van 1895 ging zijn gezondheid achteruit en voelde hij zich 'zenuwachtig' worden.
Toch bleef hij naar de zaak komen totdat hij datzelfde jaar tijdens een directievergadering onwel werd en op 19 juli overleed. "Ik had vele idealen en ze zijn alle werkelijkheid geworden! Ik ben een gelukkig mensch" , liet hij als dagboeknotitie na.

Zoon Dirk Stork die de sociale initiatieven van zijn vader voortzette.
Onder de op 4 april 1855 geboren zoon Dirk W. Stork boekte de Hengelose machinefabriek vanaf eind vorige eeuw grote vooruitgang. Met zijn in de praktijk geschoolde technische vernuft was hij in staat de fabriek aan telkens nieuwe produkten te helpen. Als sociaal ondernemer had Dirk Stork eveneens grote kwaliteit. Zo kreeg het personeel in 1897 bij de verkoop van de duizendste stoommachine drie vakantiedagen per jaar en kwam er een fonds voor het maken van uitstapjes naar Duitsland en België. Een Bijzonder Steunfonds, gevuld met bijdragen van werkgever en personeel, voorzag in onvoorziene privé-kosten, zoals kunstgebitten. Vanaf 1906 werd de vrije zaterdagmiddag voor de zomermaanden en vanaf 1914 voor het gehele jaar ingesteld. Hij boekte nog andere successen waar we nu nog steeds de gevolgen van ondervinden. Zo riep hij in 1898 de Vereniging van Nederlandse Werkgevers in het leven. En ook in de bankwereld was hij een geziene figuur.
Onder meer stond Dirk aan de wieg van de in 1914 opgerichte Algemene Centrale van middenstandsbanken door als commissaris zitting te nemen en zo te helpen de weg te plaveien naar de in 1927 opgerichte Nederlandsche Middenstands Bank (NMB), in 1992 met de Postbank en Nationale Nederlanden opgegaan in de ING-Bank. Uit een mengeling van eigenbelang en vaderlandsliefde tenslotte stonden Dirk en zijn broer Coen Stork in 1918 vooraan bij de oprichting van de Kon. Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken, waarin zij voor een kwart miljoen deelnamen. Na een bewogen leven met vele ups en downs belandde Dirk Stork in het ziekbed en sloot op 15 februari 1928 zijn ogen, bijna net zo tevreden als zijn vader.
Zijn jongste broer Coen nam het roer over en kwam voor de moeilijke taak het bedrijf door de crisis te loodsen. Op 18 juli 1934 kreeg hij tijdens een directievergadering een dodelijke hartaanval. Met zijn dood kwam een eind aan de overheersende maar ook zo markante familie invloed in het bestuur van de machinefabriek.
Het Tuindorp
Kroon op het sociale werk van de gebroeders Stork was in 1914 Het Lansink, een model-arbeiderstuindorp in Hengelo. Het tuindorp, genoemd naar een plaatselijke boerderij, werd gefinancierd door Stork en bevriende locale fabrieken. Het idee kwam van Coenraad Frederik Stork, de jongste zoon van Charles Theodoor. Vooraf was hij in Engeland en Duitsland model-arbeiderswoningen gaan bekijken.
Model-arbeiderstuindorp Het Lansink in Hengelo.
Zijn vriend en architect Karel Muller maakte het ontwerp. Kenmerkend voor wat beschouwd werd en wordt als het schoolvoorbeeld van een geslaagde arbeiderswijk was de variatie in huizen, maximaal zes onder een kap. De woningen kregen dakkapellen en klok- en trapgevels. De opzet was dat iedereen zich er thuis moest voelen, van ongeschoolde arbeider tot hoofdbeambte. Circa de helft van de bewoners was bij de machinefabriek in dienst. Stork zorgde voor bomen, heesters en tuintjes. De straten werden tot dertien meter breed. In het centrum kwam het naar vader genoemde C.T. Storkplein, een plantsoen met eiken, met daaromheen een hotel en winkelgalerij met arcaden. Het enige dat ontbrak was een café met vergunning om alcoholhoudende dranken te schenken. Want evenals drankbestrijder Alfons Ariëns predikte Stork: "Uw grootste vijand is de geneverflesch".


